>De Fivelgroep heeft een unieke geschiedenis. De groep is opgericht in 1910 en is daarmee een van de oudste groepen in Nederland. De geschiedenis zoals hieronder is geschreven zijn fragmenten uit "75 jaar Fivelgroep" Een boek die in 1985 door Rob van Tholen is geschreven. In 2010 is dit boek door Ria Oosterveld herschreven en zijn de jaren 1985 - 2010 aangevuld. Ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van de groep is dit boek uitgegeven en te bestellen via de webshop van deze site

1910 - 1920 Hoe het begon

 

Halverwege de jaren 1910 besloot een vriendenclubje om een padvinderstroep op te richten. Een van de vaders, de toenmalige veldwachter werd de algemeen leider.In deze jaren werden er vele oefeningen gehouden, zoals EHBO, seinen, zeilen en lassowerpen. In 1912 werd er  een voor die tijd grote reis gemaakt naar Rottumeroog. Hier werd er door dhr. Toxopeus een rondleiding gegeven zodat de jongens zich konden vergapen aan de grote vogelkolonie op het eiland. Door het verslechterde weer, werd de gehele troep met de reddingsboot naar het vasteland teruggebracht.

In dit jaar werd de troep uit Appingedam ook lid van de N.P.O., de Nederlandsche Padvinders Organisatie, de troep ging vanaf dat moment verder onder de naam Appingedam Troep 1. Dat de padvindersbeweging niet alleen in Nederland van start was gegaan bleek in 1913 toen er een Duitse troep padvinders in Appingedam verscheen. 
Kort na de eerste wereldoorlog in 1919 kwam de groep in het nieuws.

Prins Hendrik kwam een bezoek brengen aan Appingedam om de nieuwe strokartonfabriek “de Eendracht” te openen. Op vrijwel ditzelfde moment kreeg de padvinderstroep een eigen troepgebouw aan de Noordersingel. Na wat geregel via de landelijke padvinders organisatie kwam de prins tijdens zijn bezoek aan Appingedam ook even aanrijden bij het nieuwe gebouw. Na een simpele handeling werd het gebouw officieel geopend waarna de prins een rondleiding kreeg door het nieuwe gebouw. Hierna vertrok de stoet richting hun eigenlijke doel, de Eendracht.

In dit zelfde jaar werd besloten door een aantal leden om een eigen muziekkorps op te richten in de groep. Zo gezegd zo gedaan, al snel had de groep de beschikking over diverse muziekinstrumenten.

Om het geheel een beetje structuur te geven werd als dirigent, de stukadoor Blanc aangetrokken.

Het bleek zo goed te gaan dat er werd besloten om mee te doen aan een muziekconcours in Uithuizen in 1920. Hier won de groep de tweede prijs.

 In de zomer van 1919  werd er door een paar leden een fietstocht gemaakt door Nederland.

Na diverse steden te hebben aangedaan in de volgende volgorde Lemmer, Amsterdam, Den Haag, Scheveningen, Delft en Arnhem. Hierna werd de reis voortgezet naar  Coevorden, waar ze op een gegeven moment door een aantal mannen werden aangeroepen met “Halt wer da!!”.

De padvinders denkende dat het een grap was fietsen gewoon door. 
In 1919 werd er naast de muziekgroep, ook een toneelgroep binnen de padvinderstroep opgericht.

De aanleiding voor deze nieuwe groep was de jaarlijks terugkerende ouderavond, maar ook op schoolfeesten en voor andere verenigingen werden toneelstukken opgevoerd.

In het nieuwe troepgebouw aan de Noordersingel werd een toneeltje opgebouwd, terwijl de repetities plaatsvonden op het toneel van café Wieringa aan het Bolwerk.

Voor het uitvoeren van de toneelstukken waren ook

 

vrouwelijke spelers nodig, terwijl de troep enkel uit jongens bestond. Als oplossing voor dit probleem werden de vriendinnen van de wat oudere verkenners uitgenodigd om lid van de toneelgroep te worden.

 

1920 - 1930

 

Tevens werd er in 1920 een geheel nieuwe troep opgericht door veldwachter van Bruggen, deze troep was op Christelijke leest geschoeid. Of het oprichten van deze laatste troep, de muziekgroep of de toneelgroep het geheel nu veel goeds heeft gedaan is maar de vraag. Beide troepen, de toneelgroep en muziekgroep werden in het voorjaar van 1922 opgeheven.

Nog geen maand na het opheffen richtte een leraar van de Rijks-Hogere Burgerschool in Appingedam, de heer P.M. Cevaal, een nieuwe troep op.

 

1930 - 1940

 

In 1932 werd er opnieuw een zeeverkennersgroep opgericht, ditmaal in Delfzijl. Deze groep groeide al uit tot een grote van ongeveer 55 leden., 30 verkenners en 25 welpen. De normale opkomsten werden gehouden in het groepsgebouw aan de landstraat. Deze groep heette de “Eemscanters”.  Aangezien de “Eemscanters” niets te maken had met de padvindergroep in Appingedam, laten we het reilen en zeilen van deze groep eerst maar voor wat het is. Pas in het jaar 1948 komen we weer terug bij de groep.

 

1940 - 1960

 

In 1946 werd het jaar van de grote veranderingen, er bestond op dat moment een groep in Delfzijl, de “Eemscanters” en een groep in Appingedam, de “Fivelgroep”. Beide groepen hadden een enorm aantal leden, en vrijwel geen materiaal.

 

Het was een onhoudbare situatie. Er werd een oplossing gevonden welke er in resulteerde dat er werd besloten om de Fivelgroep op te splitsen in een land- en in een zeeverkennergroep. Deze groep werd de “Pelicaangroep” genoemd. De drie groepen, De Eemscanters, de Fivelgroep en de Pelicaangroep hadden een gezamenlijk bestuur. Tijdens de pinksterdagen van 1946 werd er voor het eerst sinds de oorlog weer een noordelijk pinksterkamp gehouden. Dit pinksterkamp was een groot kamp, waaraan vele groepen uit noordelijke provincies deelnamen

1960 - 1980

 

In 1960 werd het groepsgebouw aan de Holwierdeweg door achterstallig onderhoud onbruikbaar. Tevens waren de welpen hordes zo klein geworden,

 

Door alle positieve ontwikkelingen werd de Fivelgroep steeds groter. Totdat de onweerswolken zich boven de groep begonnen te verzamelen. Het gebouwtje was niet langer meer te huren, want het zou verbouwd worden tot een bungalow. Na spoedoverleg met de gemeente en het groepsbestuur kon de zolderverdieping van een oude school in Farmsum worden gebruikt als onderkomen. Na een normaal pinksterkamp in Anloo vertrok de groep in juni 1963 richting Diever om hun zomerkamp daar te houden. Tevens gingen twee leden naar Griekenland om daar deel te nemen aan de wereld-jamboree.

1980 - 1985

 

Begin 1980 zag een nieuw groepsblad van de Fivelgroep het licht. Opgezet door een drietal Rowans werd de eerste uitgave van de “Vlotter Plotter” in februari verspreid. Dit groepsblad werd voornamelijk gevuld met verslagen van programma’s, mededelingen en andere artikelen. Door een aantal leden van de Fivelgroep en de Fraeylemagroep werd er in Overschild een stam opgericht, Deze stam, de “Extra Schald Meda Stam”, ging zich in de daarop volgende jaren zich steeds meer bezighouden met het verzorgen van het culinaire gedeelte op verschillende scoutingevenementen in het noorden.

 

1985 - 1990

 

In 1985 werd er een districtskamp gehouden bij het Schildmeer, samen met de Fraeylema uit Slochteren en de Trappers uit Hoogezand. Voor het eerst en de enige keer werd dit kamp eerder beëindigd. Dit was toen echt noodzaak aangezien het hele kampterrein in een soort mini- noordpool met sneeuw en hagelbuien was veranderd. De foto’s die van dit kamp bewaard zijn laten alleen maar ingestorte en volgelopen tenten zien.

1990 - .......... 

 
In 1990 was er ook een andere grote gebeurtenis: per 1 januari dat jaar zijn de Fivelgroep (jongens) en de Eemsgroep (meisjes) officieel samen gegaan.  Sommige speltakken draaiden al langere tijd gemengd, zoals de RS en de welpen. Deze fusie was tot stand gekomen omdat beide groepen in leden afnam en ook het aantal leidinggevenden afnam. Door het samengaan van de Fivelgroep en de Eemsgroep is ook de groepsdas veranderd: het oranje biesje is van de jongens en het witte biesje komt van de meisjes. Eigenlijk had de Eemsgroepsdas ook nog een grote witte meeuw achterop, maar deze heeft de fusie niet overleefd…